Ondanks kritiek van onder andere de Algemene Rekenkamer en ECPO , is de wet Passend onderwijs is per 1 augustus ingegaan. De wet is ontworpen om zoveel mogelijk leerlingen regulier onderwijs te laten volgen. Het idee is om naar de (onderwijs)behoefte van kinderen te kijken in plaats van naar de beperkingen. De belangrijkste veranderingen met betrekking tot passend onderwijs:

Zorgplicht school

Scholen worden verplicht om binnen 6 tot 10 weken voor elk kind een passende plek te zoeken. Dit kan op drie verschillende manieren:

  • Het kind in de eigen klas in het regulier onderwijs opnemen, met eventueel extra ondersteuning
  • Het kind op een andere school in de regio plaatsen
  • Het kind in het speciaal onderwijs¬†plaatsen

In schoolondersteuningsprofielen geven scholen aan hoe zij leerlingen ondersteuning kunnen bieden.

Samenwerking en financiering

Om de benodigde ondersteuning te garanderen, worden ervaring en expertise gebundeld in regionale samenwerkingsverbanden. Er zijn ongeveer 75 verbanden in zowel het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs gevormd. Elk samenwerkingsverband krijgt een budget (naar rato van aantal leerlingen) voor extra ondersteuning. De samenwerkingsverbanden kunnen aan scholen extra ondersteuning in de klas toekennen voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte.

De leerlinggebonden financiering verdwijnt, hoewel het budget wel blijft bestaan. Eerst ging deze financiering naar extra begeleiding van docenten en leerlingen. Nu gaat het rechtstreeks naar de samenwerkingsverbanden.

MBO

Ook in het middelbaar beroepsonderwijs is de wet Passend onderwijs van kracht. Mbo-instellingen zijn daar zelf verantwoordelijk voor het aanbieden en organiseren van onderwijsondersteuning. Voor Mbo-instellingen geldt dat het budget van de afgeschafte lgf wordt toegevoegd aan het gehandicaptenbudget van de instellingen.

Kritiek

De nieuwe wet stuitte eerder al op veel kritiek en verschillende organisaties zoals de Algemene Rekenkamer en de CG-Raad zijn ook na de invoering kritisch. Zij betwijfelen of het reguliere onderwijs klaar is om zorgdragende leerlingen op te nemen. Vooral omdat scholen ook rekening moeten houden met de bezuinigingen en extra werkdruk.