Gevolgen Miljoenennota 2015 voor het onderwijs

Gevolgen Miljoenennota 2015 voor het onderwijs

In het onderwijs staat veel te gebeuren komende jaren. Uit de Miljoenennota van 2015 zijn de volgende maatregelen bekend gemaakt die invloed hebben op het onderwijs.

Salaris
De salarissen van docenten gaan per 2015 de markt volgen in plaats van dat de nullijn wordt aangehouden.

Mbo
Er wordt elk jaar 25 miljoen euro vrijgemaakt, zodat er in het middelbaar beroepsonderwijs meer wordt ‘ uitgeblonken’. Mbo-opleidingen worden voortaan afgerekend op hun prestaties. Voor technische opleidingen die zicht bieden op werk, komt een apart potje van 75 miljoen euro.

Hoger onderwijs
Om 15.000 leraren een bachelor- of masteropleiding te laten volgen, wordt er 115 miljoen euro vrijgemaakt. Alle docenten krijgen een persoonlijk opleidingsbudget en tijd voor bijscholing. Dit geld komt uit de hervorming van de studiefinanciering en de introductie van het studievoorschot.

Sociaal leenstelsel
De invoering van een sociaal leenstelsel staat gepland voor september 2015. Het levert daarom voor de begroting nog geen geld op. De financiële gevolgen laten nog enkele jaren op zich wachten.

Algemeen

– De ov-kaart blijft bestaan en wordt beschikbaar voor alle mbo’ers.
– De regering investeert extra in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs, onder meer via de ontwikkeling van een meester-gezelsysteem.

Invoering wet Passend Onderwijs

Invoering wet Passend Onderwijs

Ondanks kritiek van onder andere de Algemene Rekenkamer en ECPO , is de wet Passend onderwijs is per 1 augustus ingegaan. De wet is ontworpen om zoveel mogelijk leerlingen regulier onderwijs te laten volgen. Het idee is om naar de (onderwijs)behoefte van kinderen te kijken in plaats van naar de beperkingen. De belangrijkste veranderingen met betrekking tot passend onderwijs:

Zorgplicht school

Scholen worden verplicht om binnen 6 tot 10 weken voor elk kind een passende plek te zoeken. Dit kan op drie verschillende manieren:

  • Het kind in de eigen klas in het regulier onderwijs opnemen, met eventueel extra ondersteuning
  • Het kind op een andere school in de regio plaatsen
  • Het kind in het speciaal onderwijs plaatsen

In schoolondersteuningsprofielen geven scholen aan hoe zij leerlingen ondersteuning kunnen bieden.

Samenwerking en financiering

Om de benodigde ondersteuning te garanderen, worden ervaring en expertise gebundeld in regionale samenwerkingsverbanden. Er zijn ongeveer 75 verbanden in zowel het primair onderwijs als in het voortgezet onderwijs gevormd. Elk samenwerkingsverband krijgt een budget (naar rato van aantal leerlingen) voor extra ondersteuning. De samenwerkingsverbanden kunnen aan scholen extra ondersteuning in de klas toekennen voor leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte.

De leerlinggebonden financiering verdwijnt, hoewel het budget wel blijft bestaan. Eerst ging deze financiering naar extra begeleiding van docenten en leerlingen. Nu gaat het rechtstreeks naar de samenwerkingsverbanden.

MBO

Ook in het middelbaar beroepsonderwijs is de wet Passend onderwijs van kracht. Mbo-instellingen zijn daar zelf verantwoordelijk voor het aanbieden en organiseren van onderwijsondersteuning. Voor Mbo-instellingen geldt dat het budget van de afgeschafte lgf wordt toegevoegd aan het gehandicaptenbudget van de instellingen.

Kritiek

De nieuwe wet stuitte eerder al op veel kritiek en verschillende organisaties zoals de Algemene Rekenkamer en de CG-Raad zijn ook na de invoering kritisch. Zij betwijfelen of het reguliere onderwijs klaar is om zorgdragende leerlingen op te nemen. Vooral omdat scholen ook rekening moeten houden met de bezuinigingen en extra werkdruk.

Het MBO weer op de schop

Het middelbaar beroepsonderwijs weer op de schop

Het middelbaar beroepsonderwijs moet gedeeltelijk opgaan in een nieuwe stroming: middelbaar vakonderwijs. Dat heeft minister van Bussemaker van Onderwijs vertelt in een interview met de Volkskrant.

De minister wil een duidelijker onderscheid tussen het vak- en beroepsonderwijs en daarnaast meer ruimte voor innovatie.

Negatief
Het mbo zou een negatieve lading hebben en voor veel leerlingen niet aantrekkelijk klinken. Daarom kiezen zij er vaker voor om via de havo door te stromen naar het hbo. Met als gevolg dat de arbeidsmarkt meer en meer vakmensen verliest, aldus Bussemaker. Door de vier niveau´s van het mbo anders in te richten en te benoemen, zouden leerlingen een beter beeld krijgen van de opleiding.

Niveau’s
Niveau 1 moet de entreeopleiding worden, waarbij jongeren met onder andere leerproblemen vakgericht kunnen leren. Niveau 2 en 3 kunnen omgedoopt worden tot vakonderwijs en niveau 4 blijft over als middelbaar beroepsonderwijs. Tegelijkertijd pleit Bussemaker ook voor goede banden met het bedrijfsleven en kleinschaligheid van de mbo opleidingen.

Het voorstel van de minister is positief ontvangen door de MBO raad. Inmiddels is er een brief verzonden aan de Tweede Kamer met aanvullende maatregelen.

Nederlandse docenten zien salaris dalen

Nederlandse docenten zien salaris dalen

De salarissen van Nederlandse docenten zijn de afgelopen jaren flink gedaald. Uit onderzoek van vacaturesite Adzuna, blijkt dat het loon voor docenten ruim een derde lager ligt dan dat voor mensen met een vergelijkbare achtergrond.
Het onderzoek, dat in mei 2014 is uitgevoerd, heeft openstaande vacatures voor docenten vergeleken met officiële cijfers over lonen van onderwijzers uit 2011. Vacatures zijn over het algemeen een goede indicator van gemiddelde actuele salarissen.
Internationale lijst
Nederlandse docenten uit het voortgezet onderwijs stonden in 2011 vierde op de internationale lijst met gemiddelde salarissen. Destijds lag het gemiddelde salaris voor docenten 16 procent lager dan het gemiddelde loon voor de werknemers met een vergelijkbare achtergrond. Inmiddels is er sprake van bijna 35 procent minder loon dan voor vergelijkbare vacatures. Op dit moment bedraagt het salaris voor docenten voor openstaande vacatures €32.062.
Economie
Een reden voor de verslechterde situatie voor docenten in het voortgezet onderwijs, zou het bevriezen van de lonen kunnen zijn. Daarnaast denkt Azuna dat de economische crisis ook invloed gehad heeft op de dalende lonen van onderwijzers.